Sexchatten met lokrobot strafbaar?

Zal het binnenkort strafbaar zijn om via internet ‘seksueel’ te communiceren met een robot die er uitziet als een meisje van 12? Als het aan de Nederlandse wetgever ligt wel.

In het wetsvoorstel Computercriminaliteit III (CC III), dat in de media vooral aandacht heeft gekregen vanwege de nieuwe bevoegdheid voor de politie om computers van verdachten te “hacken”, gaan nog veel meer controversiële plannen schuil. Zo heeft de regering voorgesteld om de grooming-bepaling (artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht) op verschillende punten te wijzigen en uit te breiden.

Grooming

Het Wetboek van Strafrecht kent sinds 2010 een bepaling die ‘grooming’, online kinderlokken, strafbaar stelt. Grooming is een zogenaamde ‘strafbare voorbereidingshandeling’.  De potentiële dader legt langs digitale weg, dus via sociale media als Facebook, Skype of een chatbox contact met een kind terwijl hij weet of moet weten dat het kind jonger is dan zestien jaar. Hij stuurt vervolgens aan op een ontmoeting met het doel die zestienminner seksueel te misbruiken en/of kinderpornografisch materiaal te vervaardigen, én hij onderneemt uiteindelijk “enige handeling  gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting”. Wat die concrete handelingen precies inhouden is duidelijk gemaakt in de rechtspraak. Wanneer de digitale kinderlokker bijvoorbeeld een specifieke locatie voor de ontmoeting noemt, alvast een treinkaartje koopt of een routebeschrijving opstuurt naar het toekomstige slachtoffer dan kan de betrokkene worden vervolgd en veroordeeld voor grooming.

Wetsvoorstel

Het wetsvoorstel CC III dat op 7 maart aanstaande in de Eerste Kamer wordt behandeld voorziet in een aantal ingrijpende wijzigingen van de grooming-bepaling. Ten eerste wordt wettelijk geregeld dat bij de jacht op groomers zogenaamde “lokpubers” kunnen worden ingezet: meerderjarige politieagenten die zich op internet voordoen als zestienminners om potentiële groomers op heterdaad te betrappen. Daarbovenop heeft de Tweede Kamer ingestemd met het VVD/CDA-amendement dat de mogelijkheid toestaat om “virtuele fictieve creaties” (3-D, artificieel intelligente chat-software voorzien van het uiterlijk van een puber) als lokmiddel in te zetten. Dit is al eerder geprobeerd met het bekende, door Terre des Hommes ontwikkelde, virtuele meisje Sweetie 2.0. En tot slot heeft de Minister in zijn toelichting bij het wetsvoorstel, zonder wezenlijke onderbouwing en eigenlijk tussen neus en lippen door, het nodig geacht om te expliciteren dat ook “poging tot grooming” strafbaar kan zijn. Het is dus volgens de Minister voor strafbaarheid blijkbaar voldoende dat er seksuele communicatie plaatsvindt tussen de potentiële groomer en het kind. Misschien wordt daarbij een mogelijke ontmoeting besproken maar “concrete handelingen ter verwezenlijking van de ontmoeting” kunnen achterwege blijven. Het gaat immers om een “poging tot voorbereiding”!

Sexchatten

Ons inziens schuilt hierin het gevaar dat het louter (seksueel?) communiceren met een zestienminner het strafrecht wordt ingeperst. Dit werd bevestigd in de uitzending van Een Vandaag van 12 januari jongstleden waarin het OM, bij monde van officier van justitie Jirko Patist, liet weten dat “sexchatten”, het voeren van seksuele georiënteerde gesprekken met kinderen, strafbaar moet worden.

Maar laten we niet vergeten dat het strafrecht het meest vergaande middel is dat de overheid tegen zijn burgers kan inzetten en dat bij het inschakelen van het strafrecht ultieme terughoudendheid moet worden betracht. Om die reden was ons klassieke strafrecht ook een daadstrafrecht (post-crime) en niet een preventiestrafrecht waarin louter kwalijke bedoelingen van belang zijn (pre-crime). Het puur sexchatten met kinderen bevindt zich duidelijk in de pre-crime fase. De grondslag voor de strafbaarstelling van poging tot grooming wordt in feite gevonden in mogelijk toekomstig seksueel misbruik of het vervaardigen van kinderpornografie. Met het strafbaar stellen van een poging tot een voorbereidingshandeling (in dit geval de chatfase van grooming) wordt het strafrecht wel erg ver opgerekt.

Bots

Waar sexchatten met zestienminners zich nog ergens op de grens van intentie en gedraging bevindt, ligt dat bij sexchatten met robots nog anders. Combineren we de strafbaarstelling van sexchatten (en de verschuiving naar het intentiestrafrecht) nu met het voorstel om Sweetie-achtige lokmiddelen mogelijk te maken, dan moeten we concluderen dat iemand binnenkort strafbaar zal zijn zodra hij seksueel  georiënteerd communiceert met een robot. Een persoon wiens oogmerk gericht was op een zestienminner maar die in werkelijkheid chat met een AI-creatie, zal onder toekomstig recht een strafbaar feit plegen.

Gedachtenpolitie

Wij bedoelen met dit artikel geenszins (de gevolgen van) grooming te bagatelliseren. De conversaties tussen potentiële groomers en zestienminners zijn verwerpelijk en onsmakelijk – zie daarvoor de talrijke grooming-vonnissen die woord voor woord zijn na te lezen op rechtspraak.nl. Wanneer (echte) kinderen door groomers online worden gechanteerd, onder druk worden gezet of bedreigd dan moet dat bestraft worden en de bestaande strafbepalingen maken dat ook ruimschoots mogelijk.  Maar voor ons is het lastig een grondslag te vinden voor het strafbaar stellen van sexchatten met een virtuele creatie – per definitie immers onschadelijk gedrag waarbij geen kind is betrokken. Een verbod op sexchatten met robots raakt onmiskenbaar aan de uitingsvrijheid van individuen, en getuigt van de wens in de samenleving en bij de wetgever om alle risico’s die zich in de toekomst eventueel zouden kunnen voordoen volledig uit te bannen. Nog een stap verder en een gedachtenpolitie als in ‘Minority Report’ kan worden overwogen.

SwitchLegal medewerker Rob van den Hoven van Genderen  en Anne de Hingh, beiden als universitair docent internetrecht verbonden aan de Vrije Universiteit, Amsterdam

 

DOOR communicatie & vorm