‘Maak seks-chatten met een robot niet strafbaar’ – NRC 2-3-17

De Eerste Kamer beslist dinsdag of het strafbaar kan worden seksueel te chatten met een robot. Een heel slecht plan, vinden en

Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III heeft al aandacht gekregen in de media, maar vooral vanwege de nieuwe bevoegdheid voor de politie om computers van verdachten te hacken. Er gaan echter nog veel meer controversiële plannen schuil in dit wetsvoorstel. Zo heeft de regering voorgesteld om de grooming-bepaling (artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht) op verschillende punten te wijzigen en uit te breiden.

Online kinderlokken is al strafbaar sinds in 2010 ‘grooming’ via een nieuwe bepaling in het Wetboek van Strafrecht werd opgenomen als zogenoemde ‘strafbare voorbereidingshandeling’. De potentiële dader legt via sociale media als Facebook, Skype of een chatbox contact met een kind terwijl hij weet of moet weten dat het kind jonger is dan zestien. Hij stuurt vervolgens aan op een ontmoeting met het doel die zestienminner seksueel te misbruiken en/of kinderpornografisch materiaal te vervaardigen, én hij onderneemt uiteindelijk „enige handeling gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting”. Wat die handelingen inhouden is duidelijk gemaakt in de rechtspraak. Wanneer de kinderlokker een specifieke locatie voor de ontmoeting noemt, alvast een treinkaartje koopt of een routebeschrijving opstuurt naar het toekomstige slachtoffer dan kan de betrokkene worden vervolgd en veroordeeld voor grooming.

Het wetsvoorstel dat op 7 maart in de Eerste Kamer wordt behandeld, bevat een aantal ingrijpende wijzigingen van de grooming-bepaling. Ten eerste wordt geregeld dat bij de jacht op groomers zogenoemde ‘lokpubers’ kunnen worden ingezet: meerderjarige agenten die zich online voordoen als zestienminners om potentiële groomers op heterdaad te betrappen. Daarbovenop heeft de Tweede Kamer ingestemd met het VVD/CDA-amendement dat de mogelijkheid toestaat om „virtuele fictieve creaties” (3D, artificieel intelligente chatsoftware voorzien van het uiterlijk van een puber) als lokmiddel in te zetten. Dit is al eerder geprobeerd met het bekende, door hulporganisatie Terre des Hommes ontwikkelde, virtuele meisje Sweetie 2.0. En tot slot heeft de minister in zijn toelichting bij het wetsvoorstel, zonder wezenlijke onderbouwing het nodig geacht te expliciteren dat ook „poging tot grooming” strafbaar kan zijn. Het is dus volgens de minister voor strafbaarheid blijkbaar voldoende dat er seksuele communicatie plaatsvindt tussen de potentiële groomer en het kind. Misschien wordt daarbij een mogelijke ontmoeting besproken maar „concrete handelingen ter verwezenlijking van de ontmoeting” kunnen achterwege blijven. Het gaat immers om een póging tot voorbereiding!

Het puur sex-chatten met kinderen bevindt zich in de pre-crime fase

Ons inziens schuilt hierin het gevaar dat het louter (seksueel?) communiceren met een zestienminner het strafrecht wordt ingeperst. Dit werd bevestigd in de uitzending van EenVandaag van 12 januari waarin het OM, bij monde van officier van justitie Patist, liet weten dat „sexchatten”, het voeren van seksuele georiënteerde gesprekken met kinderen, strafbaar moet worden.

Mogelijk toekomstig seksueel misbruik

Maar laten we niet vergeten dat het strafrecht het meest vergaande middel is dat de overheid tegen zijn burgers kan inzetten en dat bij het inschakelen van het strafrecht ultieme terughoudendheid moet worden betracht. Om die reden was ons klassieke strafrecht ook een daadstrafrecht (post-crime) en niet een preventiestrafrecht waarin louter kwalijke bedoelingen van belang zijn (pre-crime). Het puur sex-chatten met kinderen bevindt zich in de pre-crime fase. De grondslag voor strafbaarstelling van poging tot grooming wordt in feite gevonden in mogelijk toekomstig seksueel misbruik of het vervaardigen van kinderpornografie. Met het strafbaar stellen van een poging tot een voorbereidingshandeling (de chatfase van grooming) wordt het strafrecht wel erg ver opgerekt.

Waar sexchatten met zestienminners zich nog ergens op de grens van intentie en gedraging bevindt, ligt dat bij sexchatten met robots nog anders. Combineren we de strafbaarstelling van sexchatten (en de verschuiving naar het intentiestrafrecht) nu met het voorstel om Sweetie-achtige lokmiddelen mogelijk te maken, dan moeten we concluderen dat iemand binnenkort strafbaar zal zijn zodra hij seksueel georiënteerd communiceert met een robot. Een persoon die, zonder dat te weten, communiceert met een online creatie, zal onder toekomstig recht een strafbaar feit plegen.

Wij willen geenszins (de gevolgen van) grooming bagatelliseren. De conversaties tussen potentiële groomers en zestienminners zijn verwerpelijk en onsmakelijk – zie de talrijke grooming-vonnissen die zijn na te lezen op rechtspraak.nl. Wanneer (echte) kinderen door groomers online worden gechanteerd, onder druk worden gezet of bedreigd dan moet dat bestraft worden en de bestaande strafbepalingen maken dat ook ruimschoots mogelijk. Maar voor ons is het lastig een grondslag te vinden voor het strafbaar stellen van sexchatten met een virtuele creatie – per definitie immers onschadelijk gedrag waarbij geen kind is betrokken. Een verbod op sexchatten met wat in de praktijk een robot is, raakt onmiskenbaar aan de uitingsvrijheid van individuen, en getuigt van de wens in de samenleving en bij de wetgever om alle risico’s die zich in de toekomst eventueel zouden kunnen voordoen volledig uit te bannen. Een politie die gedachten bestraft, lijkt dan een volgende logische stap. Een zeer onwenselijke.

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/02/zelfs-kwade-bedoelingen-moeten-niet-strafbaar-zijn-7082302-a1548500

170302-maak-seks-chatten-met-een-robot-niet-strafbaar

DOOR communicatie & vorm